Georges castermans

A great flying career dedicated to combat operations.

Georges Castermans

Georges Castermans s’engage à la Force aérienne le 29 janvier 1951 comme candidat officier auxiliaire afin de devenir pilote. Après un grading sur SV-4 à Wevelgem, il poursuit sa formation aux États-Unis en avril 1951. ll fait partie de la classe 52-C et vole sur T6-G à Goodfellow AFB et ensuite à Bryan AFB, toujours au Texas, sur T-28 et sur T-33. Il obtient ses Silver Wings le 10 mai 952.

De retour en Belgique, il séjourne près de dix ans au 2Wing à Florennes (3 juin 1952 – 23 janvier 1961). Il fait partie des 2e, 3e et 1re Esc comme pilote, Flight Co, Ops Officer et officier technicien. Il fera aussi partie du Groupe de vol en fonction de PAI (Pilot attack instructor) et d’Ops & Training. Entretemps, il retourne aux USA en 1955, à la Fighter Weapons School de Nellis AFB pour y suivre le cours d’instructeur de tir. Fin 1955, il est aux Pays-Bas pour six mois afin d’assurer la réception des F-84F belges.

En janvier 1961, il rejoint la section Planning à l’État-major de la Force aérienne, pour y créer le Bureau Engins Téléguidés et devenir l’adjoint de l’officier de projet du F-104 Starfighter.

En mai 1963, il est posté au 1er Wing de Beauvechain comme pilote d’essai du Groupe de maintenance sur F-104. Il fait ainsi partie des premiers pilotes convertis sur l’avion.

Le 16 juillet 1963, il doit s’éjecter, son appareil étant devenu incontrôlable à la suite d’une panne technique.

En octobre 1963, il est nommé officier d’opérations à la 350Esc. Il en reprend le commandement en juin 1964. Nommé major au mois de décembre, il dirige l’équipe de pilotes du 1er Wing et de contrôleurs du CRC Glons qui remporte la compétition de défense aérienne d’AFCENT et le Trophée Guynemer. Cette victoire leur vaudra d’être désignés comme lauréats du Trophée National du Mérite Sportif.

De novembre 1965 à juin 1968, il occupe la fonction de Chef du Bureau Ops du Commandement TAF. En juin 1968, il revient au 1er Wing en fonction de Commandant du Groupe de vol et en décembre 1968, il est nommé lieutenant-colonel. Il y amènera les pilotes de chasse pure à s’entraîner au tir air-sol. Il y pratiquera également les vols stratosphériques ainsi que le tir de missiles Sidewinder.

En décembre 1970, il est muté à Rheindahlen et devient le Chief TacEval Air Defence pour l’évaluation des unités de Chasse et les stations radar de la 2ATAF.

En août 1974, il rentre en Belgique au Commandement Instruction et Entraînement en tant que Sous/Chef d’État-major responsable de la formation des pilotes, officiers, techniciens et miliciens.

En novembre 1975, il rejoint le Commandement TAF en fonction de Sous/Chef d’État-Major Opérations et il est nommé colonel, le 26 juin 1976.

Le 13 juin 1977, le Colonel Castermans prend le commandement du 3Wing Tactique à Bierset jusqu’au 13 août 1980. Il y vole sur Mirage 5.

Posté au SHAPE à Casteau, il quitte la Force aérienne le 30 septembre 1980 après trente années de service pour entamer une carrière civile de 18 ans dans l’industrie chez Cockerill Mechanical Industries (CMI), d’abord comme Directeur Marketing et Ventes à la Division Defense (6 ans), puis comme Directeur Régional Sud-Est Asiatique à Singapour (4 ½ ans), comme Directeur Commercial Adjoint (3 ans) et enfin comme Consultant Défense (5 ans).

Après sa retraite, il sera président des Amis du Musée de l’Air durant trois ans. De 2005 à 2018, il assumera la présidence de l’association des pilotes et navigateurs belges brevetés aux États-Unis, les Silver Wings. Il fut également administrateur de la Maison des Ailes durant 25 ans, de 1966 à 1991.

Marié à Josyane Caby depuis 1958, il est père de deux enfants et grand-père de quatre petits-enfants.

Georges Castermans

Georges Castermans wordt als kandidaat hulpofficier op 29 januari 1951 in de Luchtmacht ingelijfd om piloot te worden. Na een eerste selectie op SV-4 te Wevelgem, zet hij vanaf april 1951 zijn vorming verder in de Verenigde Staten. Hij maakt deel uit van de Class 52-C en vliegt op T6-G te Goodfellow AFB en daarna op T-28 en T-33 te Bryan AFB, beide in Texas. Hij behaalt zijn Silver Wings op 10 mei 1952.

Terug in België, verblijft hij bijna tien jaar in de 2de Wing te Florennes (3 juni 1952 tot 23 januari 1961). Hij maakt deel uit van het 2de, 3de en 1ste Smaldeel als piloot, Flight Co, Ops Officer en technisch officier. Tevens maakt hij ook deel uit van de Vlieggroep als PAI (Pilot Attack Instructor) en Ops & Training. Ondertussen is hij in 1955 naar de V.S. teruggekeerd om er een cursus schietinstructeur te volgen in de Fighter Weapons School te Nellis AFB.

Einde 1955, verblijft hij zes maanden in Nederland om er de Belgische F-84F’s in ontvangst te nemen.

In januari 1961, vervoegt hij de sectie Planning op de Staf van de Luchtmacht om er het Bureel telegeleide wapens op te richten en tevens adjunct te worden van de projectofficier van het F-104 Starfighter programma.

In mei 1963, is hij naar de 1ste Wing te Bevekom verplaatst om er F-104 testpiloot van de Maintenance groep te worden. Zodoende, maakt hij deel uit van de eerste piloten die op dit toestel vliegen. Op 16 januari 1963, maakt hij gebruik van zijn schietstoel nadat het toestel wegens een technisch defect onbestuurbaar was geworden.

Oktober 1963 wordt hij Ops officier benoemd in het 350ste Smaldeel en in juni 1964 neemt hij het bevel ervan over. In december wordt hij majoor en is hij aan het hoofd van de ploeg piloten van de 1ste Wing en de controleurs van de CRC Glons die de luchtverdediging wedstrijd van AFCENT winnen en de Trofée Guynemer behalen. Door deze overwinning zullen ze de laureaten worden van de Nationaal Trofee van Sportverdienste.

Van november 1965 tot juni 1968, staat hij aan het hoofd van het Ops bureel op Commando TAF. In juni 1968, keert hij terug naar de 1ste Wing als commandant van de Vlieggroep en in december 1968, wordt hij luitenant-kolonel benoemd. Hij zal er o.a. de pure jachtpiloten het grond-lucht schieten aanleren. Ook zal hij stratosferische vluchten uitvoeren evenals Sidewinder missielen afvuren.

December 1970 wordt overgeplaatst naar Rheindahlen om er Chief TacEval Air Defence te worden om de jachteenheden en radarstations van 2ATAF te evalueren.

Augustus 1974 keert hij naar België terug om op Commando Opleiding en Training de functie van onder Stafchef te bekleden, en verantwoordelijkheid te worden voor de vorming van piloten, officiers, technici en dienstplichtigen.

November 1975 gaat hij over naar Commando TAF als onder stafchef operaties en wordt er kolonel benoemd op 26 juni 1976.

Op 13 juni 1977, neemt Kolonel Castermans te Bierset het bevel van de 3de Tactische Wing over tot 13 augustus 1980. Hij vliegt er op Mirage 5.

Na een mutatie naar SHAPE te Casteau, verlaat hij de Luchtmacht op 30 september 1980, na 30 jaar dienst, om een nieuwe loopbaan op te starten in de industrie. Hij zal 18 jaar doorbrengen bij Cockerill Mechanical Industries (CMI), eerst als Directeur Marketing en verkoop op de divisie Defensie (6 jaar), daarna als regionaal directeur Zuidoost Azië te Singapore (4 ½  jaar), als Adjunct Handelsdirecteur (3 jaar) en uiteindelijk als Defense Consultant (5 jaar).

Na zijn opruststelling, wordt hij voorzitter van de Vrienden van het Luchtvaartmuseum gedurende drie jaar. En van 2005 tot 2018, zal hij het voorzitterschap waarnemen van de vereniging van Belgische piloten en navigators die hun brevet, de Silver Wings, in de Verenigde Staten behaalden. Hij is ook gedurende 25 jaar, van 1966 tot 1991, bestuurslid geweest van het Huis der Vleugels.

Hij is getrouwd met Josyane Caby sedert 1958 en is vader van twee kinderen en grootvader van vier kleinkinderen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s